Ervaringsverhaal van Karel Hogenkamp: “Hoe verder na verlies?”

Op de Publieksdag van het Vechtgenotenhuis op 24 september 2016 hield Karel Hogenkamp een lezing over hoe hij weer verder moest na het overlijden van zijn vrouw. De lezing werd drukbezocht. Hieronder kunt u zijn persoonlijke verhaal lezen.

Het verhaal van Karel:

Ik ben Karel Hogenkamp, ik kom uit Ommen. Ik ben bijna 33 jaar getrouwd geweest met mijn vrouw Anneke. Na een verkeringsperiode van 7 jaar zijn Anneke en ik getrouwd. Zij was toen 22 jaar en ik 24 jaar. We hadden een fijne relatie. Wij hebben 4 kinderen: 1 dochter en 3 zoons, en 3 schoondochters en 1 schoonzoon. Inmiddels zijn er 8 kleinkinderen, van wie mijn vrouw er 2 geboren heeft zien worden. Mijn vrouw is overleden aan borstkanker. Zij was toen net 55 jaar. Ik ben nu 7 jaar weduwnaar, sinds 2009.

Mijn vrouw was een hele goede moeder. Ik geef graag een voorbeeld over hoe mijn vrouw er altijd was voor de kinderen: Als wij het avondeten op hadden en de kinderen wilden een spelletje doen, dan was daar altijd tijd voor. Ik zei dan nog weleens wil je niet eerst de tafel opruimen en dan zei zij Karel de kinderen vragen nu om een spelletje en niet over een uur, dus de tafel bleef volstaan tot dat de kinderen naar bed gingen. Ik moest vaak gelijk na het eten weg om te werken.

Het ziekteproces

Op 7 oktober heeft zij zelf ontdekt dat zij borstkanker had. Dat was op de verjaardag van mijn zoon op een vrijdag. Maandag direct naar de dokter en hij gaf aan: dit lijkt mij niet goed, ik zal je doorverwijzen naar het ziekenhuis. Mijn vrouw had het voordeel dat zij op radiologie werkte. Zij was gelijk aan de beurt, soms voor werktijd aan.

Mijn vrouw zei altijd 70 procent geneest en dan zei ik en die 30 procent dan? Ik was daar meer mee bezig, ik was wat negatiever ingesteld. Het bleek wel dat zij een vrij agressieve vorm van kanker had, maar zij bleef optimistisch. In een periode van anderhalf jaar onderging ze een borstamputatie, meerdere chemokuren en vele bestralingen. Na anderhalf jaar kwam de borstkanker terug. Weer een amputatie en weer chemokuren.

Weer een negatief bericht

Dan kom je weer in een periode van onzekerheid, als dat maar goed gaat. Ik kon er niet mee omgaan, ik wou er voor haar zijn. Ik zei vaak Anneke het gaat om jou, ik wil er voor jou zijn. En dan zei zij: Karel het gaat ons allebei aan. Ze had gelijk maar ik kon er nog steeds niet mee omgaan. Mijn vrouw hield een dagboek bij. Dat wist ik niet. Na anderhalf jaar las ik haar dagboek en toen ben ik anders gaan denken, maar dat heeft ook zeker een maand of drie geduurd.

Als we weer een negatief bericht kregen uit het ziekenhuis zei mijn vrouw: wie vertelt het de kinderen? Ik zie het al aan je gezicht, ik zal het wel doen, zei ze dan. Als buitenstaander, als niet-zieke, sta je machteloos. Wij zijn naar het Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam geweest en naar de VU. Zij kwamen allemaal tot dezelfde conclusie: dit is niet meer te genezen. Wel heb ik gevraagd hoe lang zij nog te leven had. Ik kreeg als antwoord: een optimistisch mens 3 jaar en een pessimistisch 2 jaar.

Accepteren en verder gaan

Dan komt een tijd van accepteren en hoe verder. Toen we begrepen dat we niet zoveel tijd meer samen hadden, hebben we nagedacht over hoe we dat gaan doen. Mijn vrouw Anneke heeft mij, maar ook de kinderen daar heel goed mee geholpen. Zij had overal een oplossing voor. Zij dacht alleen maar: als ik er straks niet meer ben, dan moet ik alles goed achterlaten. De laatste anderhalf jaren waren een heel bijzondere tijd, misschien wel de meest mooie tijd. Dat is misschien raar gezegd maar je plukt de dag, je probeert nog zoveel mogelijk van elkaar te genieten.

In het ziekenhuis zeiden ze als iemand ernstig ziek is kun je ook nog genieten. Ik geloofde dat niet maar ze hadden gelijk. Een voorbeeld: drie weken voor haar sterven gingen we nog met de caravan weg. Ook had ik een elektrische fiets voor haar gekocht. We genoten nog echt van de tijd.

Tips bij verlies

Ik heb enkele tips voor mensen die een soortgelijk proces doormaken:

  • Als het mogelijk is, schrijf zoveel mogelijk op wat je samen hebt besproken.
  • We hebben een rouwalbum gemaakt (van de dag van het overlijden tot na haar begrafenis), wel iets persoonlijks maar ik kijk er best nog weleens in, ook voor mijn kleinkinderen die later zijn geboren.
  • Ik heb zelf na het overlijden veel geschreven over haar hoe zij was en wat ze altijd zei. Het zijn wel drie kantjes geworden, ook weer voor mijzelf en mijn kleinkinderen.

Wij liepen tegen verschillende vragen aan tijdens deze moeilijke periode. Belangrijk is om er veel over te praten. Hier liepen wij zoal tegenaan:

  • Hoe ga je als man en vrouw en kinderen er samen mee om (accepteren).
  • Hoe vertel ik het mijn kinderen, en hoe gaan zij er mee om.
  • Hoe vertel ik het mijn kinderen als je weer een negatief bericht kreeg uit het ziekenhuis.
  • Hoe vertel je de familie, vrienden en kennissen,\: mijn vrouw deed dit via de mail.
  • Bezoek ontvangen: zij maakte vaak een afspraak, dan kon zij meer aandacht besteden aan diegene die op bezoek kwam.

Verder na verlies

Hoe ga je verder na verlies? En het leven na haar overlijden. Alles is voorbij. Hoe pak je het leven weer op en waar loop je tegenaan? Het is voor iedereen persoonlijk hoe hij of zij het leven weer oppakt als je iemand verliest, daar is geen tijd aan gekoppeld. Ik heb dit alles in elk geval niet alleen gekund. Allereerst heb ik enkele boeken gelezen over rouwverwerking:

  • Helpen bij verlies en verdriet / Manu Keirse
  • 1001 dagen van rouw / Je mag mij altijd bellen / Karin kuiper
  • Na de dood omgaan met nabestaanden / Lia Jongbloed.

Ook heb ik 5 bijeenkomsten gehad over rouwverwerking. Daar ontmoette ik mensen die allemaal iemand hadden verloren en dan merk je dat zij hetzelfde voelen als wat ik voelde. Ze hebben allemaal te maken met dingen als: voor het eerst weer je werk, voor het eerst weer naar de stad, voor het eerst weer met vakantie, voor het eerst weer naar verjaardagen, voor het eerst weer naar de sport. Als je kunt, blijf sporten, daar krijg je energie van. Hoe ruim je thuis alles op? Alles wat ik deed besprak ik zoveel mogelijk met de kinderen.

Nog een aantal tips:

  • Neem mensen niets kwalijk als ze iets zeggen waar je niets mee kunt.
  • Wees ook duidelijk naar anderen over waar je op dat moment wel of geen behoefte aan hebt.
  • Volg je gevoel.

Voor het eerst op vakantie

Het was voor mij niet eenvoudig om voor het eerst op singlereis te gaan. Meerdere keren stond ik op het punt om online te boeken, maar steeds drukte ik weer op dat rode kruisje en stelde ik het uit. Uiteindelijk boekte ik een reis bij het reisbureau. Toen kon ik niet meer terug, vond ik. De reis was geboekt en dan ga je op vakantie. Ik vond het moeilijk om ‘s nachts helemaal alleen met mijn koffer op pad te gaan. Dat was een erg emotioneel moment, maar mijn kinderen steunden mij daarin. Ze zeiden dat ik gewoon moest gaan, ook al vond ik het moeilijk. Ik ben erg blij dat ik toch die bus ben ingestapt.

Het is bekend dat veel singles tegen die drempel aan lopen. Om die stap te vergemakkelijken bieden reisbureaus ook weekenden aan. Dan kan je bepalen of het iets voor je is. De meeste singles gaan als ze eenmaal zijn geweest vaker mee. Ik ga nu regelmatig op vakantie. Je bent op reis met lotgenoten, iedereen is alleenstaand en de meeste hebben hun partner verloren of zijn gescheiden. Je zit allemaal in hetzelfde schuitje, dus je vindt warmte bij elkaar. Daarnaast had ik veel afleiding. Je praat wel met elkaar over het verlies van je partner, maar overdag ben je lekker bezig.

Mijn omgeving reageerde heel positief op mijn reisplannen. De mensen die ik het vertelde vonden het knap van me. Ik vond dat zelf helemaal niet. Ik heb het aan mijn vrouw te danken, Anneke. Zij zei dat ik door moest gaan met mijn leven als zij er niet meer was. “Karel, er komt ook een leven na mijn leven, maak er nog wat van”, zei ze. Je kunt na zo’n groot verdriet twee dingen doen, bij de pakken neer gaan zitten of er nog iets van maken. Dat laatste heb ik haar beloofd.

 

Annieta Knol: Bij binnenkomst moest ik ontzettend huilen    

Stel, je voelt je goed, maar er wordt plotseling kanker bij jou geconstateerd. Je wereld staat stil, je bestaan wankelt. Gelukkig kun je behandeld worden. Je krijgt chemokuren, wordt geopereerd en daarna bestralingen. Je staat in de overleefstand; het is intensief. Na de behandeling hoef je voorlopig niet meer naar het ziekenhuis. Dan lijkt het voor de buitenwereld alsof je alles weer aan kunt. Maar juist dan begint het pas. Alles komt op je af. Gevoelens van angst, paniek, somberheid, verdriet, frustratie of wanhoop. ‘Wat heb ik toch allemaal meegemaakt?’                                             
Je bent kwetsbaar en beseft nu pas in wat voor achtbaan je terechtgekomen bent. Je moet met jezelf aan het werk. En hoe ga je je leven eigenlijk weer oppakken?

Annieta Knol (54) zit samen met gastdame Lucia Eijkelkamp achter een kop koffie in het Vechtgenotenhuis in het prachtige Beerze.  Ze komt op deze koude zonnige winterdag schilderen en is vanmorgen de eerste van de groep. We hebben afgesproken voor een interview. Annieta wil haar ervaringen wel delen. “In 2013 werd bij mij dikkedarmkanker met uitzaaiingen geconstateerd. Ik kreeg 8 chemokuren en slikte in een half jaar 1000 chemotabletten, 8 per dag. Mijn prognose is gelukkig goed, en ik ben streng onder controle. Ik heb 31 jaar in de zorg gewerkt, maar ik zat na mijn diagnose en behandelingen thuis. Dat was een omslag in mijn leven en het werkte niet mee. Mijn grootste probleem was: ik vond mezelf niet meer belangrijk, niet meer zinvol. Je doet er voor je gevoel niet meer toe in de maatschappij. Hoe moest ik mijn dag invullen?

Kanker blijft beladen

In 2015 zat ik er een beetje doorheen met alles. Toen ben ik door het ziekenhuis geattendeerd op het Vechtgenotenhuis.  Ik kreeg een folder mee met de tip: “Ga daar eens kijken”. Die folder lag 3 maanden bij mij op tafel voor ik naar het Vechtgenotenhuis ging. Ik zie me nog zo met mijn auto op de parkeerplaats staan: ‘Nou moet ik hier naar binnen’. Ik weet alleen nog dat ik bij binnenkomst ontzettend gehuild heb. Ik werd opgevangen door een paar gastdames. Daarna heb ik hier nooit meer gehuild. Het is het beste besluit dat ik na mijn diagnose genomen heb. Ik ben niet meer zo droevig, ik straal weer.”
Annieta laat een flyer zien. Het is een activiteitenrooster. In het Vechtgenotenhuis blijkt van alles georganiseerd te worden, zoals een fotocursus, mozaïeken, schilderen, wandelen of een breicafé. Annieta: “Het hoeft niet veel te zijn, als je maar wel bezig bent. De grootste moeite is om hier die drempel over te gaan. Als je toch zoals ik zonder werk komt te zitten en werkloos bent, is bijvoorbeeld schilderen een mooie invulling. Als je thuis bent en door het dorp fietst, denken mensen: ‘Annieta ziet er goed uit’. Maar dat is niet zo. Hiér mag ik zijn wie ik ben. Ik zou nog wel graag de Annieta zijn van vóórdat ik ziek werd. Het is fijn dat je hier met mensen bent die dat gevoel kennen, zodat je er niet zo alleen in staat. Als je het moeilijk hebt, kun je zo even naar een gastdame lopen om te praten. Mensen denken dat het hier alleen maar over kanker gaat, maar dat is niet waar. Het hoeft niet, maar het mag wel. Kanker blijft een beladen woord, maar hier kan het allemaal en mag het allemaal. Omdat je dezelfde ervaringen hebt, kun je ook tips uitwisselen, daar help je elkaar mee. En soms stuur je elkaar een appje, om te vragen hoe het is.”

Thuis schilder ik nu ook

We gaan naar het atelier naast de boerderij, Annieta gaat achter haar ezel staan en doet verf op een palet. Op het doek dat half af is, komt  in blauw-paarstinten een meisje op een schommel.  Gastdame Lucia geeft aanwijzingen. “Dit vlak moet in het midden wat lichter en aan de zijkant wat donkerder worden. Je moet er een beetje mee spelen.” Annieta zet een paar streken. “Ik geloof dat ik hem heb,” lacht ze. “Ik dacht dat ik niet kon schilderen. Maar ik werd aangemoedigd om het toch te proberen. Zodoende ben ik in deze groep gekomen. Je krijgt goede tips en komt altijd wel met iets leuks thuis. Ik heb al van alles gemaakt. Zoals het Meisje met de parel, omdat ik die zo mooi vind. Ik ben ontzettend trots dat dat schilderij bij ons in de kamer hangt. Sommige schilderijen heb ik helemaal alleen gemaakt. Thuis heb ik ook een schilderruimte. Daar kan ik m’n eigen gang gaan en de deur achter me dicht trekken. Dat doe ik als ik even tot rust moet komen. Ik ben nogal een druktemaker”, lacht ze.

 

Uit: De Ommer, nummer 6.

De Ommer is een magazine gerealiseerd door MooiCreatie,

in opdracht van de Gemeente Ommen.

Fotografie: Marlie Koggel

Tekst: Gea Slotman